Gewone kleine wespbij
Nomada flavoguttata
Een parasitaire bij
Bijen met een zwarte kop, zwart borststuk en roodbruin achterlijf.
Lengte: vr en m 5-7 mm.
Habitats: allerlei groene landschappelijke elementen zowel buiten als binnen het stedelijke gebied
Volledige tekst en foto's
 
 
 
 
--
Vrouwtje: kop zwart, met rood gekleurde delen;  antenne rood, aan de bovenkant donkerder;  gewoonlijk labrum zwart;  kop en bovenkant borststuk kort roodbruin behaard, gezicht sneeuwwit behaard;  zijkant borststuk met opvallende, witte haarvlekken; borststuk zwart en  met rood delen; achterlijf rood;  1e tergiet en  vaak meer tergieten aan de basis zwart; 2e en 3e tergiet vaak met kleine, gele zijvlekken; poten rood; lengte 5-7 mm.
Mannetje: kop zwart met gele delen;  antenne rood, aan de bovenkant sterk verdonkerd; scapus vaak geheel zwart; labrum meestal zwart; kop en borststuk dicht en grof gepunteerd;  van boven lang bruingrijs behaard, gezicht en zijkant borststuk wit behaard;  borststuk grotendeels zwart;  achterlijf bruinrood, vooraan en achteraan zwart;  2e en 3  vaak met kleine, gele zijvlekken ; lengte 5-7 mm.
Vliegperiode: april - juli (maart -september)
Bloembezoek en milieu: verzameld op fluitenkruid en paardenbloem; volgens Westrich (1989) onder meer op klein hoefblad, voorjaarsganzerik, madeliefje, gewone ereprijs, sleedoorn en peen; in stedelijk gebied onder meer in randen van beplantingen, in bermen en greppels
Voorkomen in Nederland: vrij algemeen in de oostelijke helft van het land.
Koekoeksbijen - gastheren zijn onder meer gewone dwergzandbij, witkopdwergzandbij, halfgladde dwergzandbij
 
Zwartsprietwespbij - Nomada flavoguttata Terug
 
Zwartsprietwespbij - Nomada flavoguttata - Terug