Lasioglossum quadrinotatulum
steilrandgroefbij

Een zwarte, glanzende bij, met helderwitte haarvlekken aan de zijkanten van het achterlijf.
Lengte: 6,5-8,5 mm.
vrij zeldzaam
 
Volledige tekst en foto's
 
foto: © Josef Dvorak
 
Een zwarte, glanzende bij, met helderwitte haarvlekken aan de zijkanten van het achterlijf.
Vrouwtje: achterpoten gedeeltelijk bruingeel.
Mannetje: de voorrand van het kopschilt met een gele vlek en antenne relatief kort.
Vliegperiode: maart- eind september
Nesten en milieu: foerageren in de naaste omgeving van open terreinen met een zandige tot lemige bodems. Onder meer in de duinen, stuifzandgebieden en rivierengebied. Nestelen in min of meer steile kanten van onder meer geërodeerde oevers en uitgestoven steilkanten.
Bloembezoek:
  Wilgen, vuilboom, meidoorn, peen (Peeters, 2012). In de literatuur worden geen soorten van wilgen genoemd: zeer waarschijnlijk gaat het om boswilg, kruipwilg, geoorde wilg, grauwe wilg bij de rivieren onder meer ook om schietwilg.
Voorkomen in Nederland: vrij zeldzaam
Beheer: voor zo ver dat nodig is successie voorkomen.
Koekoeksbijen zijn onder meer: bosbloedbij, brede dwerggroefbij en dikkopgroefbij.
 
FotoDe gele vlek ontbreekt Terug