Zeer zeldzame en verdwenen wilde bijen
In de database zijn soorten opgenomen die zeer zeldzaam zijn of zelfs al tientallen jaren niet meer in Nederland zijn waargenomen. De vraag is, heeft het zin om met deze bijen rekening te houden. Mijn antwoord is Ja.
Enkele voorbeelden
Rond de jaren 80 van de vorige eeuw was de bonte viltbij een zeldzame tot zeer zeldzame soort. De bij parasiteert op slobkousbij die in deze periode buiten natuur- en spoorwegterreinen niet algemeen was. Door ecologisch groenbeheer waardoor grote wederik enorm kon toenemen is de bonte viltbij uitgegroeid tot een (vrij) algemeen voorkomende bij!
In Amsterdam-Bijmer ontdekte ik rond 2015 een kleine populatie van de gehoornde slakkenhuisbij die alleen in de kalkrijke duinen tussen Bergen aan zee en Noordwijk en in Zuid-Limburg voorkomt. De bij is waargenomen op een ruderaal terrein op aangevoerd kalkhoudend zeezand. De plek lag ca 30km van de populatie in de duinen.
De gehoornde maskerbij was in de jaren 70 van de vorige eeuw beperkt tot de Sint Pietersberg, rond 1985 was hij te vinden op bijna alle spoorweg emplacementen ten Zuiden van Sittard en heeft zich inmiddels uitgebreid tot Rhenen.
Tientallen soorten wilde bijen die ruim een halve eeuw geleden nog beperkt waren tot bepaalde terreinen hebben zich over een zeer groot gedeelde of zelfs zich over het hele land kunnen verspreiden. Voorbeelden zijn klokjesbijen en dikpootbijen. Het zijn soorten die in stedelijk gebied vooral in tuinen voorkomen.
Alle planten en dieren kunnen zich verspreiden als habitats binnen bereikbare afstand liggen en deze habitats min of meer stabiel zijn. Nestgelegenheid en voedselplanten moeten in de voortgplantingsperiode binnen een zeker vliegbereik voorkomen. Deze combinatie ontbreek voor veel bijen en andere insecten heel vaak. Ze kunnen zich dan niet voortplanten.
Sinds 1920 is het Nederlandse landschap extreem veranderd. Monocultuur, kustmest, overbemesting met dierlijke mest, verlaging van het grondwaterpeil, chemische bestrijding van ongewenste planten en dieren, het verwijderen van allerlei groene landschapselementen onder meer hagen en houtwallen, stikstof neerslag en extreme bodemverdichting door zeer zwaar materieel dat in de landbouw en bij bermbeheer wordt gebruikt.
Wat we zien is dat wilde bijen, buiten de natuurgebieden hun toevlucht zoeken in stedelijk gebied, dorpen en onder meer rond plattelands woningen zoals erven en tuinen.
Wat vooral opvalt is dat veel groene landschapselementen sinds de jaren 60 van de vorige eeuw zijn verdwenen. Dat zijn onder meer houtwallen, singels, bosjes, overhoeken die in combinatie met bloemrijke kruidachtige begroeiingen het recept van biodiversiteit zijn, waar ook wilde bijen van profiteren. Verschillende organisaties, waaronder vrijwillig landschapsbeheer zijn bezig om deze relatie te herstellen.
Het stedelijk gebied wordt steeds bijen vriendelijker. Als deze trend doorzet in combinatie met beter landschapbeheer krljgen bijen die zeer zeldzaam zijn geworden of verdwenen een nieuwe kans om zich blijvend te vestigen. Vanuit deze visie worden in de database ook bijen genoemd die al zijn verdwenen.
Iedereen die buiten de natuurgebieden met groen bezig is kan er aan bijdragen dat zeldzame bijen algemener worden en dat zeker een deel van de verdwenen bijen zich weer gaan vestigen.
Oude houten of stenige gebouwen, woningen, stallen, boerderijen, etc. verdwijnen steeds meer uit het landschap. Voor nestgelegenheid waren ze belangrijk voor wilde bijen en andere kleine dieren. De principes van Le Roy kunnen een inspiratiebron zijn om dat te te compenseren. Op strategise plekken kunnen stenige elementen worden gemaakt die verdwenen nest- en schuilgelegenheid voor kleine dieren compenseren.. Voorbeelde hiervan komen al lang voor. Zie foto's.
Foto's Le Roy, Oude Biltzijl, Spijkerfkwartier Arnhem, Watertuin Arnhem, Bottendaal Nijmegen
 
 
Met inrichting van tuinen en de openbare ruimte vegetatie beheer kunnen we rekenig houden met bijen en andere kleine dierten die van deze planten afhankelijk zijn. Het bijzondere is dat de meeste vedwenen en zeldzame bijen algemeen voorkomende planten bezoeken. Door landschapsbeheer krijgen deze planten de kans om zich te vestigen.